Contact

+31 (0)43 388 44 29
Contactform
 

Werkt de markt voor bedrijfsgerelateerde scholing? Een overzichtsstudie

Conclusie:

Laten we een aantal van de belangrijkste conclusies van deze review nog even kort op een rijtje zetten:

De beschikbare studies vinden allemaal bewijs voor een positief verband tussen bedrijfsopleiding en arbeidsproductiviteit. Wel zijn er aanzienlijke verschillen in de omvang van het effect;

  • Studies die zowel naar productiviteitseffecten als naar beloningseffecten hebben gekeken, vinden dat de productiviteitseffecten van bedrijfsgerelateerde scholing groter zijn dan de beloningseffecten. Dit suggereert dat de opbrengsten van scholing worden gedeeld tussen werknemer en werkgever.
  • Studies die kijken naar beloningsverschillen tussen werknemers die wel en werknemers die geen scholing hebben gehad, vinden vaak grote effecten van bedrijfsgerelateerde scholing. Deze bevinding wordt waarschijnlijk vertekend doordat werknemers waarvoor de opbrengsten van scholing het grootst zijn, vaker scholing ontvangen en doordat scholingsdeelname samenhangt met andere factoren die leiden tot een hogere productiviteit en beloning (zoals inzet, motivatie en doorzettingsvermogen);
  • Scholing leidt niet automatisch tot hogere productiviteit en beloning. Daarvoor moeten de kennis en vaardigheden die door scholing zijn verkregen, productief gemaakt worden.

In landen waar de stimulansen om kennis en vaardigheden te benutten groter zijn - dat wil zeggen landen met meer concurrentie en marktwerking - is het rendement van scholing hoger. De benutting - en daarmee het rendement - van scholing is ook groter naarmate werknemers vaker voltijds werken en de arbeids- mobiliteit lager is. Direct empirisch bewijs voor marktfalen en onderinvestering in bedrijfsgerelateerde scholing ontbreekt. Indirect empirisch bewijs is er wel. Het overgrote aantal van de empirische studies in de afgelopen tien jaar geeft aan dat bedrijfsgerelateerde scholing een statistisch signifi cant en omvangrijk effect heeft op productiviteit en loon. De hoge rendementen die in sommige studies worden gevonden, vormen een aanwijzing (maar geen overtuigend bewijs) voor marktfalen in bedrijfsgerelateerde scholing.

Zoals in deze review is samengevat, biedt de theoretische literatuur een aantal plausibele redenen om te veronderstellen dat er sprake is van marktfalen: tijden kredietrestricties, de vrees dat geschoolde werknemers worden weggekocht en onzekerheid over de vraag wat scholing oplevert, kunnen aanleiding zijn om minder te investeren in bedrijfsgerelateerde scholing dan optimaal is. Hier staat tegenover dat verschillende mechanismen scholing juist bevorderen. Voor mensen met een baan leiden het wettelijke minimumloon en regels voor ontslagbescherming ertoe dat het voor bedrijven aantrekkelijker wordt om deze laaggekwalifi ceerde werknemers te scholen. Hierbij moet wel worden bedacht dat het minimumloon en ontslagbescherming kunnen leiden tot minder werkgelegenheid. Voor werknemers die hierdoor buiten de boot vallen en werkloos zijn, zijn de kansen op deelname aan bedrijfsgerelateerde scholing nihil. CAO's kunnen eveneens scholingsinspanningen bevorderen. Expliciete en uniforme scholingsafspraken in CAO's kunnen echter ook leiden tot overscholing met als gevolg dat meer kosten worden gemaakt voor scholing dan noodzakelijk is. Marktfalen is een reden voor overheidsingrijpen of collectieve actie. Scholingsbeleid is niet altijd consequent. Veelal is onbekend of beleid werkt of niet. De behoefte aan evidence based scholingsbeleid is groot. Er is beperkte evidentie over de effectiviteit van belastingmaatregelen om scholing te bevorderen. De beschikbare onderzoeken geven aan dat belastingfaciliteiten slechts beperkt effectief zijn: scholingsaftrek voor werknemers lijkt wel effect te sorteren, fiscale voordelen voor scholingskosten van werkgevers daarentegen niet.

Generieke maatregelen om scholing te bevorderen - zoals vouchers of een algemeen scholingsrecht - dragen het risico van overscholing in zich: werknemers die geen scholing nodig hebben worden door vouchers of een scholingsrecht aangemoedigd toch scholing te volgen. Een van de belangrijkste beleidsinstrumenten zijn de scholingsfondsen. Jaarlijks worden vele honderden miljoenen euro's via deze fondsen verdeeld. Scholingsfondsen - zoals O&O-fondsen - zijn onder meer bedoeld om kredietrestricties op te lossen, een situatie waarin beide partijen niet over de financiƫle middelen beschikken om de kosten van scholing te betalen. Daarnaast kunnen scholingsfondsen ook een middel zijn om 'poaching' van geschoolde werknemers door andere bedrijven en 'free-rider gedrag' van werkgevers tegen te gaan. Over de effectiviteit van O&O-fondsen is echter niets bekend. We kunnen dan ook niet zeggen of O&O-fondsen werken. Zeker voor grote bedrijven, die over voldoende middelen beschikken en ook vaak eigen scholingsbudgetten hebben, spelen kredietrestricties geen rol. Toch zijn het vooral grote bedrijven die profi teren van O&O-fondsen. O&O-fondsen doen zelf geen moeite om vast te stellen of de vele honderden miljoenen euro's die via deze fondsen worden verdeeld ook goed besteed worden. Zij dienen aan te tonen dat de middelen wel effectief worden besteed.

Share this page:   Deel op Twitter Deel op LinkedIn Deel op Facebook Deel via e-mail